![]()
Column uit Sportmagazine van Michel Wuyts - Armstrong rijdt de Tour
For the Flemish fans, here's the real reason for the Sporza boycott:
Lance Armstrong rijdt de Tour. Naar eigen zeggen toch. Ik kan me niet voostellen dat hij dat in het peloton doet. Is toch niets voor hem. Verloren in een kudde van minderbedeelden, van talentlozen, van mindere ikjes. Stel je voor dat die hem voor de wielen rijden. Of erger nog, in het oog van de camera. Kan toch niet? Armstrong moet op dat scherm. Dat is toch wat zijn ego betaamt. Dat is waar de wereld voor betaalt. Daarom zeg ik: stuur die jongen vooraf op pad. Met een volgspot. Neen, niet de dag van de rit zelf. Daags voordien. Dan zijn alle wielerblikken met zekerheid op hem gericht.Ik stel mij dat zo voor. Van Monte Carlo over Barcelona tot de Elysées rijdt Zijne Majesteit zijn Tour alleen. Neen, niet moederziel. Goed omringd, natuurlijk. Zes bewapende leden van de Garde Républicaine bollen voor hem uit. Kwestie van zekerheid in te bouwen. Een leverslag is vlug gegeven. In zijn zog tuffen vier televisiemotoren, tien commentatoren, vijftig fotografen en een paar gepantserde volgauto’s van de Kazakse staatsveiligheid. Niet geblindeerd. In een sfeer van openheid is dat volkomen zinloos. In de eerste glundert vanzelfsprekend Johan Bruyneel. Eenentwintig dagen in de schijnwerpers pak je zo’n honderd percent betrouwbare, eenvoudige West-Vlaamse jongen toch niet af. In de tweede zetelt Nazarbayev. Ook de president geniet, maar waakt tevens over de verzorger met dienst. Alexander Vinokourov reikt als de boss daar om vraagt nederig de musette aan. Mooi toch, dat Astana die verschoppeling nog een Tourstek gunt. Links en rechts staan hagen van mensen. Wel vier rijen dik. Zij zijn niet spontaan naar buitengekomen. Betaald met verloren gewaande dollars van Lehman Brothers, wordt gefluisterd. Maar laat me dat als achterklap bestempelen. Maakt niet uit. Armstrong schittert als nooit. Hij draagt gelegenheidsgeel en een opvallende lone star op de borst. Maar het meest van al maakt hij indruk met zijn brede longhornhelm. Die hoorns maken hem stekelig als vanouds. Zie hem in wilde draf de Ventoux bestormen. Een losgeslagen bull door de stenen woestenij. Zonder ook maar de minste tegenstand, of een schamel olifantje dat hij alsnog de zege te gunt. Eindelijk eerste boven. Aan hem de triomf. Het ultieme wielerheiligdom veroverd. Bruyneel weent. Het is volbracht.De dag erop betwist het peloton zijn Tour. De echte dan. In volslagen anonimiteit. Niet één camera, niet één fototoestel in aanslag. Maar wel geheel volgens het boekje. Met alleen geloofwaardigen aan boord. In een sombere sfeer van doelloosheid. Schleck en Sastre, Evans en Kloeden, zinlozer is geen koersbestaan. Ergens achteraan bengelt een jongen met ooit een felle blik. Zijn ogen zijn nu flets, zijn klimmersbenen breekbaar als sprokkelstokjes. Alberto Contador is de schandelijke persconferentie van begin december nooit te boven gekomen. Hij, winnaar van alle grote ronden, moest na Armstrong op de stoel. Een blunder van formaat. Pover management. De zaal liep leeg. Contador ook. Arme Madrileen. Ik heb met hem te doen.
